Geschiedenis inclusief onderwijs

 

 

Emeritus prof. dr. Ingemar Emanuelson startte zijn onderwijsloopbaan in de jaren 50 van de vorige eeuw. Dit was de periode dat de Zweedse (sociaal democratische) politiek besloot om scholen te maken voor leerlingen van 6 tot 16 jaar. De bedoeling was om er meer brede scholen van te maken, dat betekent opvang van de leerlingen van 7.00 uur 's ochtends tot 19.00 uur 's avonds, waarin van 9.00 tot 14.00 uur onderwijs werd gegeven.

Leidend idee hierbij was dat alle personeel, onderwijsgevenden en leiding van de voor- en naschoolse opvang, die in dienst waren van de gemeente samen verantwoordelijk werden voor een cluster leerlingen. Een cluster bestond uit meerdere jaargroepen. Gedurende de dag was er een constante hoeveelheid personeel aanwezig om met de hele groep, of delen daarvan te werken. Hiervoor waren meerdere ruimten ter beschikking. Het onderwijs was meer ontwikkelingsgericht dan programmagericht, er werd afgestemd op de individuele behoeften van de leerling.

In die tijd was het speciaal onderwijs in Zweden vergelijkbaar met het speciaal onderwijs in Nederland van de jaren 90. Er zaten kinderen in speciale scholen, er was geen sprake van inclusie, eerder exclusie. Door de komst van de brede scholen kwamen er mogelijkheden om te differentiëren, kinderen die voorheen naar het speciaal onderwijs gingen werden binnen de school opgevangen. In de reguliere school ontstonden verschillende groeperingvormen waaronder speciale klassen (hulpklas). Dat betekende dat het exclusieve systeem behouden bleef in het bedoelde inclusieve onderwijs.

Aan het eind van de zestiger jaren had Ingemar Emanuelson een gesprek met één van zijn leerlingen uit zijn hulpklas, dat hem aan het denken zette. De leerling twijfelde aan de "hulp" die de hulpklas hem bood, omdat het hem stigmatiseerde als speciale leerling en dus afwijkend van de 'normale' leerling. Zijn argument was dat hij dit etiket zijn hele verdere leven met zich mee zou dragen en dat het zijn maatschappelijke kansen negatief zou beïnvloeden. Dat leidde op de school van Ingemar Emanuelson tot de discussie wat de beste plaats was voor de speciale leerling.

Een algemene tendens in die tijd werd het opnemen van leerlingen met speciale behoeften in de reguliere groepen en niet meer alleen maar in hulpklassen. Integratie werd een richtinggevende factor voor het onderwijs: je bent anders maar mag er ook zijn. In dit proces ontstond vervolgens de inclusieve gedachte: alle leerlingen zijn verschillend, iedereen hoort erbij.

Grondgedachte werd niemand buitensluiten:  Eén school voor allen.

Ingemar Emanuelson heeft zijn professionele leven gewijd aan 'inclusion'. Hij heeft wetenschappelijk onderzoek gedaan; hierdoor leverde hij een waardevolle bijdrage aan de ontwikkeling van inclusief onderwijs met name in Zweden, maar zeker ook internationaal.

In de zeventiger jaren werd door de regering een verandering van het curriculum voor het onderwijs opgelegd. Het curriculum was gebaseerd op de inclusieve gedachte. Zoals dat gebruikelijk is bij een veranderingsproces ontwikkelden niet alle scholen zich even snel of op dezelfde manier. Er gingen nog steeds leerlingen voor korte of langere tijd naar het speciaal onderwijs, maar er ontstond een duidelijke verandering in denken. Er werd breed gediscussieerd over inclusie. De inclusieve gedachte wortelde zich en werd een vanzelfsprekende waarde. Deze wijze van denken paste bij de toen heersende gedachte in de maatschappij over sociaal welzijn.

Vanaf midden jaren 80 ontstond er in Zweden een economische crisis. Er was minder geld beschikbaar, de hoeveelheid personeel nam af en de stress nam toe. In het onderwijs kwam een verschuiving van aandacht voor het proces naar het belang van toetsen en het beoordelen met een cijfer om de leerlingen te kunnen vergelijken op prestaties. Gevolg hiervan was een verschuiving van inclusie naar meer exclusie.

Als gevolg van deze economische crisis veranderde de maatschappij, de nadruk kwam te liggen op de ontwikkeling van de individu. Er volgde een politieke omslag waarin onderwijs en onderwijsbeleid een speerpunt werd. De nadruk kwam te liggen op de ontwikkeling van kennis, met als argument dat het Zweedse onderwijs slechte resultaten zou hebben in relatie tot de rest van de wereld, misschien wel het slechtst van de wereld. Ingemar Emanuelson geeft echter aan dat deze argumenten niet worden onderbouwd. Excelleren werd belangrijk. De inclusieve gedachte kwam onder druk te staan en een toenemende exclusie is waarneembaar.

Interview

Ingemar Emanuelsson 

 

History of inclusion

20110406094158 T03 P1
Flash-versie >>

20110406094158 T03 P1
HTML5-versie (ipad)>>