Geschiedenis Nederlands onderwijs in het licht van inclusief onderwijs

 

 

We bezien de geschiedenis van het Nederlands onderwijs in het licht van inclusief onderwijs.

In 1985 ontstond de basisschool, na samenvoeging van de lagere school en de kleuterschool. Onderwijs startte op 4 jarige leeftijd, verplicht werd onderwijs vanaf 5 jaar. Kinderen die al op jonge leeftijd (voor hun 4e jaar) waarneembaar achterliepen in hun ontwikkeling, werden via het consultatiebureau en de kinderarts direct doorverwezen naar het speciaal onderwijs en vervolgden daar hun hele schoolcarrière. Deze leerlingen werden niet toegelaten op de basisschool.

Leerlingen die in de basisschool het klassikaal gerichte onderwijs niet konden volgen werden verwezen naar een school voor moeilijk lerende kinderen (MLK) of een school voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (LOM).

Om te beginnen werd vanaf 1992 'Weer Samen Naar School' (WSNS) ingevoerd. De aandacht werd gericht op het slechten van de muren tussen het onderwijs aan moeilijk lerende kinderen (MLK), kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (LOM), in ontwikkeling bedreigde kleuters (IOBK) en de basisscholen.

MLK, LOM en IOBK werden samengevoegd tot speciaal basis onderwijs (SBO). Net als de scholen voor basisonderwijs (BAO) vielen de SBO scholen onder de nieuwe wet voor het primair onderwijs.

Het doel van WSNS was het opheffen van het speciaal basisonderwijs. Scholen werden verplicht om de leerlingen die voorheen verwezen werden naar MLK en LOM binnen de basisschool de zorg te bieden die ze nodig hadden. Iedere school werd verplicht tot het formulieren van een zorgplan en het vormgeven van een zorgstructuur binnen de school. De intern begeleider deed zijn intrede als coördinator van de zorg binnen de school. Regionaal werden samenwerkingsverbanden opgericht (SWV) tussen basisscholen en scholen voor speciaal basisonderwijs, met als doel het uitwisselen van expertise.

In 1995 wordt door de staatssecretaris van onderwijs de commissie Rispens ingesteld, met als opdracht beleid te formuleren dat leidt tot het vergroten van de mogelijkheden voor ouders om een school te kiezen waar hun kind ongeacht lichamelijke of verstandelijke belemmeringen onderwijs kan volgen. Het resultaat is dat per 1 augustus 2003 de wet leerlinggebonden financiering in werking treedt. Een leerling die geïndiceerd wordt, door een onafhankelijke commissie van indicatiestelling krijgt een leerlinggebonden financiering (LGF) ook wel rugzak genoemd. De rugzak bestaat uit drie elementen:
1. een hoeveelheid formatie in geld voor ambulante begeleiding die besteed moet worden bij een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs;
2. een hoeveelheid formatie in geld voor aanvullende formatie op de school die de leerling opneemt;
3. een bedrag voor materiaal.

Deze rugzak geldt alleen als de leerling op een reguliere basisschool wordt toegelaten. Bij toelating op het speciaal onderwijs geldt de gebruikelijke wijze van bekostiging.

De scholen van speciaal onderwijs organiseren zich in regionale expertise centra (REC). Binnen die REC's worden ambulant begeleiders (AB) aangesteld die met hun expertise leerkrachten in het reguliere basisonderwijs begeleiden bij het geven van onderwijs aan een leerling met een LGF.
Hiernaast heeft het REC de functie om onderwijs te verzorgen op scholen voor speciaal onderwijs.

In het basisonderwijs wordt de diversiteit van leerlingen groter en dat vraagt om een andere wijze van onderwijzen, van klassikaal aanbod gestuurd, naar gedifferentieerd vraag gestuurd onderwijs.

Sinds 1992 is de populatie leerlingen in het basisonderwijs waarneembaar veranderd. Er verblijven leerlingen op reguliere scholen, die voorheen MLK of LOM scholen werden verwezen. Ook leerlingen met een indicatie voor speciaal onderwijs blijven steeds vaker in het regulier onderwijs met een rugzak. Er is een zorgstructuur ontstaan in het regulier onderwijs die er op gericht is leerlingen de ondersteuning te geven die nodig is.

In 2008 verschijnt de nota 'Passend Onderwijs'. Passend onderwijs staat voor maatwerk in het onderwijs. Onderwijs voor elke leerling dat aansluit bij zijn/haar mogelijkheden en talenten. Alle scholen zijn verplicht tot het opstellen van een zorgprofiel . Schoolbesturen krijgen zorgplicht voor passend onderwijs voor alle leerlingen met extra zorgbehoeften die op scholen van hun bestuur worden aangemeld of al staan ingeschreven. Het geheel aan profielen binnen een samenwerkingsverband en de speciale voorzieningen moeten zorgen voor een dekkend aanbod van onderwijszorg in het samenwerkingsverband.

In 2012 wordt de indicatiestelling afgeschaft. De gelden die tot 2012 via de leerlinggebonden financiering rechtstreeks bij de scholen binnenkomt worden dan verstrekt aan het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband bepaalt de toekenning van de gelden aan de scholen zonder dat leerlingen geïndiceerd worden.

De organisatie van het onderwijs moet zich aanpassen aan de gewenste inhoudelijke verandering. Dat vraagt aandacht voor geld, ruimte, tijd en middelen. Passend onderwijs staat of valt echter bij de attitude van de leerkracht. Van de leerkracht wordt verwacht om mogelijkheden van elke leerling te zien, gevraagd om te gaan met verschillen, aan te sluiten bij de onderwijsbehoeften van de leerling en die ondersteuning te bieden die er voor zorgt dat de leerling zich op zijn niveau verder kan ontwikkelen. Er zal een verschuiving komen van het volgen van de methode ('het boek moet uit') naar individuele ontwikkelingsdoelen voor een leerling. Die verschuiving kan niet in één keer gerealiseerd worden, iedere stap in de gewenste richting is een stap vooruit. Dat laat de geschiedenis vanaf 1992 zien. In een klas zullen kinderen ervaren dat er onderlinge verschillen zijn, een taak voor de leerkracht is kinderen te leren hoe zij om gaan met verschillen en verschillen te zien als bron voor mogelijkheden.

In de loop van de jaren heeft er een reeks van wijzigingen in het licht van inclusief onderwijs plaatsgevonden. Het onderwijs is heel actief in het steeds weer aanpassen aan nieuwe regelgeving, er zijn voortdurend nieuwe uitdagingen. Zodra het onderwijs 'past' dient de nieuwe uitdaging zich aan.

Het uiteindelijke doel is het realiseren van onderwijs passend voor iedereen.